Dit Ben Ik, Kaarten, boeken en prentjes - Wanneer zomaar een kaartje niet voldoende is

Bidprentjes en doodsprentjes

Bidprentjes zijn van oorsprong een traditie in de Rooms Katholieke kerk. Het waren vroeger kleine plaatjes waar vaak een gebed op stond, vergezeld van een afbeelding van Christus, Maria of een andere bekende heilige. Het was een aansporing tot gebed. Op de achterkant van het prentje werd verwezen naar een gebeurtenis, doop, de eerste Heilige Communie of een overlijden (doodsprentjes). Mensen bewaarden hun bidprentjes vaak in een kerkboek. Deze prentjes brengen ons terug naar 1500. De oudste bidprentjes waren gemaakt van perkament, later zelfs van kant. Eind 19e eeuw kwamen de eerste prentjes op dun papier.

Op de voorzijde werd vaak een beeltenis van Christus of Maria afgedrukt. Onder de beeltenissen van Maria treft u vaak een uitvoering van de Moeder van de Smarten zoals die door Carlo Dolci werd geschilderd. Dit prentje dateert uit 1941. Op de achterzijde kwamen de persoonlijke gegevens over de overledene, zoals naam en voornamen, geboorte en overlijdensdatum, gegevens van echtgenoot of echtgenote en eventuele kinderen.

De oudst geschreven doodsprentjes komen uit het westen van Nederland; Amsterdam en Haarlem. De gedrukte prentjes vinden we terug vanaf 1730.

De eerste doodsprentjes waren geïllustreerd met etsen van heiligen, maar in de loop van de 19e eeuw komt daar verandering in. De afbeeldingen op de voorzijde veranderen dan in knekelprentjes. Ze kregen afschrikwekkende beelden van doodshoofden, geraamten en beenderen die de dood moesten ‘verbeelden’. Nabestaanden moesten zich op deze manier goed realiseren dat ook zij ooit aan de beurt zouden komen.

Bidprentjes zijn ook trendgevoelig. Rond 1900 komen er schetsen van kerkhoven en graven. De bijbelteksten op het prentje werden aanvankelijk uitgezocht door de pastoor. In die periode worden de eerste prentjes gemaakt speciaal voor kinderen. Het prentje voor de vierjarige Jozef kreeg ook een tekst van Guido Gezelle mee: ‘God sprak genoeg geleden, genoeg gebogen neergegaan. Kom in mijn heerlijkheden, kom bloempje, in mijn lochting staan.’

In de jaren ’30 verschijnen de eerste portretprentjes of fotoprentjes. Hierbij verschuift ook de naam van de overledene naar de voorkant. Deze fotoprentjes zijn lange tijd populair gebleven. Rond de Tweede Wereldoorlog komen de eerste kleurenprentjes. De meesten hebben nog wel een zwarte rand, maar door de kleurendruk valt deze minder op.

Prentjes met natuurbeelden, bijvoorbeeld een bos in herfstkleuren, doen aan het eind van de Twintigste eeuw hun intrede. Door de huidige technieken zijn prentjes betaalbaar geworden en kan er een eigen invulling aan gegeven worden. Hoewel het een katholieke traditie was, is het inmiddels ook breder in gebruik. Dan noemt men het veelal een herinneringsprentje. De prentjes zijn een hulpbron voor genealogen. Ze verschaffen extra gegevens over partners en kinderen. Bovendien vermelden ze meestal enige informatie over het leven van de overledene.